ECLI:NL:CRVB:2021:680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij ambtenaar
Appellant was werkzaam bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en kreeg in 2017 een disciplinaire straf opgelegd wegens plichtsverzuim, waaronder het niet correct afschrijven van uren en frauduleuze handelingen. Na een voorwaardelijk ontslag volgde een besluit tot onvoorwaardelijk ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de ontslagbesluiten ongegrond en oordeelde dat het ontslag niet onevenredig was. In hoger beroep voerde appellant onder meer aan dat hij niet bewust tijd had gerekt en dat bepaalde gegevens niet als bewijs mochten dienen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, stelde vast dat appellant zijn verklaring op ambtseed had afgelegd en dat de gebruikte gegevens adequaat waren. Ook werd geoordeeld dat het ontslag niet in strijd was met het gelijkheidsbeginsel vanwege de voorbeeldfunctie van appellant.
De Raad bevestigde het ontslagbesluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.