ECLI:NL:CRVB:2021:68
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 2005 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2017 stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij medische rapporten en arbeidsdeskundige beoordelingen werden overlegd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege wijziging van de arbeidskundige grondslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en dat nader onderzoek noodzakelijk was, mede vanwege een vermoede intellectuele beperking. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie overtuigend en inzichtelijk had onderbouwd en dat geen aanleiding bestond voor nader onderzoek of het inschakelen van een deskundige.
De Raad bevestigde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% was vastgesteld en dat de WIA-uitkering terecht was beëindigd. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, aangezien de procedure binnen de wettelijke termijnen was afgerond.
Uitkomst: Beëindiging WIA-uitkering bevestigd en verzoek schadevergoeding wegens termijnoverschrijding afgewezen.