ECLI:NL:CRVB:2021:676
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep zorgindicatie Wlz
Verzoeker had een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor het zorgprofiel VG Wonen met intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering (VG06). Het CIZ beëindigde deze indicatie met ingang van 15 januari 2019, waarna verzoeker bezwaar maakte en de rechtbank het besluit van het CIZ vernietigde.
CIZ stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de schorsende werking van het hoger beroep op te heffen, omdat hij vreest zijn woonruimte en zorg te verliezen door het uitblijven van financiering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker geen spoedeisend belang had aangetoond. De zorginstelling bevestigde dat verzoeker nog steeds in de woning woont en zorg ontvangt, en er geen betalingsproblemen zijn. Verzoeker gaf ook geen inzicht in de financieringsproblemen.
Daarom kon de bodemprocedure worden afgewacht en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.