Uitspraak
18.4171 WAJONG
OVERWEGINGEN
14 augustus 2018 en een psychologisch onderzoek naar zijn cognitief niveau van functioneren van 14 december 2018 overgelegd.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege een matige verstandelijke beperking, PTSS en depressieve klachten. Het UWV wees de aanvraag af omdat op het achttiende levensjaar geen sprake was van duurzaam geen arbeidsvermogen als rechtstreeks medisch objectief vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het UWV voldoende had gemotiveerd dat appellant arbeidsvermogen had. In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn beperkingen en dat hij al op zijn achttiende jaar PTSS en depressieve klachten had.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat appellant weliswaar een verstandelijke beperking heeft, maar dat hij geschikt is voor eenvoudige arbeid met begeleiding. Er was onvoldoende bewijs dat PTSS en depressieve klachten al op zijn achttiende aanwezig waren. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-aanvraag bevestigd.