ECLI:NL:CRVB:2021:475

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 maart 2021
Publicatiedatum
5 maart 2021
Zaaknummer
20/1640 WLZ-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens onjuiste verzending betalingsherinnering griffierecht

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Namens appellante werd verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, met het argument dat de betalingsherinnering van het griffierecht niet was ontvangen. De Raad heeft onderzocht of deze herinnering op de juiste wijze was verzonden.

De Raad kon niet vaststellen dat de betalingsherinnering van 21 juni 2020 correct was verzonden. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, verviel de eerdere uitspraak en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Appellante krijgt een nieuwe termijn om het griffierecht te voldoen.

De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet nadat appellante een nieuwe termijn krijgt voor betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 maart 2021
20/1640 WLZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 30 maart 2020, 19/2472 WLZ (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
Stichting Zorgkantoor Menzis

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 23 september 2020 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft [X] verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

In de uitspraak van de Raad van 23 september 2020 is overwogen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was geweest.
In verzet heeft gemachtigde geschreven dat zij de betalingsherinnering van 21 juni 2020 van het griffierecht niet heeft ontvangen.
De Raad heeft onderzocht of de betalingsherinnering op de goede manier is verzonden. De Raad kan niet vaststellen dat de betalingsherinnering van 21 juni 2020 op de juiste wijze door de Raad is verzonden.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
23 september 2020 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Aan de gemachtigde van appellante zal een nieuwe termijn worden gegund voor het voldoen van het griffierecht.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2021.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E. Blijleven-de Vries