ECLI:NL:CRVB:2021:475
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens onjuiste verzending betalingsherinnering griffierecht
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Namens appellante werd verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, met het argument dat de betalingsherinnering van het griffierecht niet was ontvangen. De Raad heeft onderzocht of deze herinnering op de juiste wijze was verzonden.
De Raad kon niet vaststellen dat de betalingsherinnering van 21 juni 2020 correct was verzonden. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, verviel de eerdere uitspraak en werd het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Appellante krijgt een nieuwe termijn om het griffierecht te voldoen.
De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet nadat appellante een nieuwe termijn krijgt voor betaling van het griffierecht.