Uitspraak
19 430 WAJONG
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege psychische klachten, maar het UWV wees de aanvraag af omdat zij volgens verzekeringsartsen over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en geen aanleiding gaf tot twijfel aan de conclusies dat appellante in staat was een uur aaneengesloten te werken en ten minste vier uur per dag belastbaar was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar huishoudelijke situatie en fibromyalgie haar belastbaarheid beperkten, maar zij kon geen medische onderbouwing leveren dat deze klachten al op haar achttiende bestonden. Het ondersteuningsplan uit 2020 en haar opleidings- en arbeidsverleden wezen ook niet op het ontbreken van arbeidsvermogen rond die datum.
De Raad concludeerde dat appellante op haar achttiende verjaardag arbeidsvermogen had en daarom niet als jonggehandicapte kon worden aangemerkt. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat zij op haar achttiende verjaardag over arbeidsvermogen beschikte.