ECLI:NL:CRVB:2021:407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over kilometerbudget Regiotaxipas onder Wmo 2015
Appellante maakte bezwaar tegen het door het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht vastgestelde maximum aantal reiskilometers van 8.000 per jaar met de Regiotaxipas, omdat zij meende dat dit niet toereikend was voor haar noodzakelijke vervoersbehoefte, waaronder bezoeken aan haar kinderen in instellingen en medische afspraken.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het college de vervoersbehoefte zorgvuldig had vastgesteld en appellante onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens had aangeleverd om het tegendeel te bewijzen. Appellante bracht in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe gronden aan, maar herhaalde haar eerdere standpunten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het toegekende kilometerbudget een passende bijdrage levert aan appellantes zelfredzaamheid en participatie zoals bedoeld in artikel 2.3.5 van de Wmo 2015. De door appellante overgelegde aanvullende stukken boden geen steun voor een ander oordeel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.