Uitspraak
20.3301 MAW
OVERWEGINGEN
,aldus de rechtbank.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de Luchtmobiele Brigade, raakte gewond tijdens een brandcardrace als onderdeel van een zware militaire opleiding. De brandcardrace vond plaats op een oefenterrein met modderige en kuilrijke omstandigheden door eerdere regenval. Na een proces-verbaal van ongeval oordeelde de staatssecretaris dat het ongeval geen buitengewoon bedrijfsongeval was omdat niet was voldaan aan de vereiste bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de omstandigheden niet significant afweken van normale militaire oefenomstandigheden en dat alle gebruikelijke veiligheidsmaatregelen waren getroffen. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat sprake was van bijzondere omstandigheden die het ongeval tot een dienstongeval maakten.
De Raad overwoog dat de brandcardrace binnen de context van een zware opleiding moet worden geplaatst en dat de omstandigheden, zoals kuilen en modder door regen, onvoldoende zijn om te spreken van bijzondere oorlognabootsende omstandigheden met verhoogd risico. Ook het ontvangen van een oefentoelage was onvoldoende om het ongeval als buitengewoon te kwalificeren. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het ongeval tijdens de brandcardrace wordt niet aangemerkt als een buitengewoon bedrijfsongeval; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.