ECLI:NL:CRVB:2021:3001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij schorsing en beëindiging IVA-uitkering
Appellante ontving sinds 2007 een WGA-uitkering die in 2018 werd omgezet in een IVA-uitkering. Het UWV schortte en beëindigde deze uitkering per 1 september 2019, waartegen appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens nam het UWV op 9 juli 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin de schorsing en beëindiging ongedaan werden gemaakt en de uitkering ongewijzigd werd voortgezet met een toeslag. Tevens werd vergoeding van gemaakte proceskosten toegekend.
Appellante stemde in met deze gewijzigde beslissing, maar wilde het hoger beroep niet intrekken vanwege vermeende onjuistheden in de aangevallen uitspraak en het belang van anderen in soortgelijke situaties. De Raad oordeelde dat het feitelijke resultaat voor appellante reeds was bereikt en dat een louter principieel belang onvoldoende is voor procesbelang.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Omdat de kosten reeds waren vergoed, werd geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.