ECLI:NL:CRVB:2021:2834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening schuldig nalatig verklaring en korting AOW-pensioen
De Centrale Raad van Beroep behandelt het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om terug te komen op de schuldig nalatig verklaring van appellant over de jaren 2000 tot en met 2003 en de hieruit voortvloeiende korting op zijn AOW-pensioen.
Appellant betoogde dat zijn PTSS en omstandigheden rondom zijn inkomsten en premies betaling meebrachten dat hem de nalatigheid niet kon worden toegerekend. De Svb handhaafde echter dat de schuldig nalatig verklaringen terecht waren, mede omdat de bewijslast bij appellant lag en hij onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangetoond. De Raad constateerde dat de Svb het juiste wettelijke kader toepaste en dat de besluiten rechtens onaantastbaar waren geworden.
Ten aanzien van het jaar 2004 werd de schuldig nalatig verklaring ingetrokken op grond van een rechterlijke uitspraak uit 2016, waarna de Svb het pensioen verhoogde met terugwerkende kracht vanaf die datum. De Raad oordeelde dat de Svb niet tekort was geschoten door niet verder terug te gaan dan de uitspraakdatum, ondanks dat beleidsregels een langere terugwerkende kracht mogelijk maken.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak. Het beroep tegen het besluit van 26 juli 2019 werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Sociale verzekeringsbank wordt bevestigd.