ECLI:NL:CRVB:2021:2813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV, maar trok dit beroep in nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen.
De Raad oordeelde dat het UWV op verzoek van appellante in de proceskosten moest worden veroordeeld, begroot op € 748,- voor verleende rechtsbijstand, waarbij een mediationnota niet voor vergoeding in aanmerking kwam omdat de rechtbank dit reeds had vastgesteld en appellante dit niet betwistte.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform de wijze van berekening zoals vastgesteld in een eerdere uitspraak van de Raad uit 2012.
De vergoeding van het betaalde griffierecht dient appellante rechtstreeks bij het UWV te vorderen. De uitspraak werd gedaan door E.W. Akkerman, in aanwezigheid van griffier M.C.G. van Dijk, en uitgesproken op 11 november 2021.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 748,- en wettelijke rente na intrekking van het hoger beroep.