ECLI:NL:CRVB:2021:2787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding met ex-echtgenote
Appellant ontvangt sinds oktober 2015 een AOW-pensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Na onderzoek, waaronder een huisbezoek door medewerkers van de Nederlandse ambassade in Marokko, is vastgesteld dat appellant en zijn ex-echtgenote een gezamenlijke huishouding voeren. Dit leidde tot herziening van het pensioen naar het gehuwdenpensioen en terugvordering van te veel ontvangen bedragen.
Appellant betwistte de juistheid van de verklaring die tijdens het huisbezoek is afgelegd, met name de aanwezigheid van een tolk en de woonplaats van zijn ex-echtgenote en dochter. De Raad oordeelde echter dat de verklaring rechtsgeldig is, mede omdat deze zonder voorbehoud is ondertekend en het gesprek in het Arabisch en Nederlands heeft plaatsgevonden.
De Raad concludeert dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat er bijzondere omstandigheden zijn die afwijken van het uitgangspunt dat de verklaring juist is. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de herziening en terugvordering in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering van het AOW-pensioen wordt bevestigd.