ECLI:NL:CRVB:2021:2764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen per 1 januari 2018
Appellant ontving sinds 2009 een Wajong-uitkering wegens sarcoïdose en lichamelijke beperkingen. Met ingang van 1 januari 2018 heeft het UWV de uitkering verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon op grond van vastgesteld arbeidsvermogen na medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij geen arbeidsvermogen heeft, onderbouwd met medische rapporten van een longarts, neuroloog en aanvullende medische informatie tot 2020. Het UWV stelde dat de verslechtering pas na de peildatum 1 januari 2018 is opgetreden en handhaafde het besluit.
De Raad oordeelt dat appellant op de datum in geschil wel degelijk arbeidsvermogen had, omdat hij ten minste één uur aaneengesloten kan werken en vier uur per dag belastbaar is, zoals gemotiveerd door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. De medische verslechtering trad pas na 1 januari 2018 op, waardoor de verlaging terecht was.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek tot vergoeding van schade en wettelijke rente wordt geweigerd.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering per 1 januari 2018 wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.