ECLI:NL:CRVB:2021:2722
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing maatwerkvoorziening individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015
Appellante, geboren in 1946 en met fysieke beperkingen, ontving een maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding en hulp bij het huishouden via een persoonsgebonden budget (pgb). Na een heronderzoek door het college, waarbij advies werd ingewonnen bij MO-zaak, werd de individuele begeleiding stapsgewijs verminderd en uiteindelijk beëindigd per 16 augustus 2019.
Het college baseerde zich op rapporten van arts indicatie & advies Beks en indicatieadviseur Griepsma, die de beperkingen van appellante en haar hulpvraag concreet in kaart brachten. Beks stelde vast dat appellante ernstige handklachten en andere fysieke beperkingen heeft, terwijl Griepsma concludeerde dat de hulpvraag kon worden opgevangen met eigen kracht, gebruikelijke hulp, de Zorgverzekeringswet en andere voorzieningen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel. De Raad oordeelt dat het onderzoek voldoet aan de vereisten, dat een functionele medische lijst (FML) niet noodzakelijk is en dat er geen aanwijzingen zijn dat de adviezen onjuist zijn. Appellante heeft geen aanvullende medische informatie overgelegd die twijfel zou kunnen doen ontstaan.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mocht de maatwerkvoorziening individuele begeleiding beëindigen.