ECLI:NL:CRVB:2021:2526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering AIO wegens ontbreken dringende redenen
Appellante ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet. Het college van de Sociale verzekeringsbank vorderde een bedrag van €9.738,71 aan te veel betaalde AIO terug, wat bij besluit van 27 februari 2019 werd bevestigd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien, omdat zij op leeftijd is en de schuld haar levenslang zou belasten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat dringende redenen in de zin van artikel 58, achtste lid, van de Participatiewet alleen aan de orde zijn bij onaanvaardbare sociale en/of financiële gevolgen die uitzonderlijk en bijzonder zijn. De omstandigheden van appellante voldeden hier niet aan. Bovendien wordt de bescherming van de beslagvrije voet bij invordering toegepast.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de te veel betaalde AIO bevestigd.