ECLI:NL:CRVB:2021:2429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing op jeugdige leeftijd
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, gebaseerd op haar arbeidsongeschiktheid op haar zeventiende en achttiende levensjaar. Het UWV wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van voldoende medische gegevens die haar beperkingen in die periode aantonen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het risico van het niet kunnen vaststellen van de medische situatie door tijdsverloop voor rekening van appellante komt.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en voerde zij aan dat haar klachten onvoldoende in het verzekeringsgeneeskundige rapport waren weergegeven. Zij bracht dezelfde medische stukken in als in eerdere procedures, waaronder rapporten van een psycholoog en klinisch pedagoge, maar deze betroffen niet de relevante periode. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had reeds gemotiveerd dat deze informatie geen betrekking had op de periode van haar zeventiende en achttiende jaar.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de relevante periode voldeed aan de voorwaarden voor arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid op jeugdige leeftijd.