ECLI:NL:CRVB:2021:2400
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst herstelbesluit UWV inzake WIA-uitkering wegens ontoereikende medische grondslag
Appellante, werkzaam als management assistente, meldde zich ziek met vermoeidheidsklachten na een operatie. Het UWV weigerde haar een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was en geen urenbeperking noodzakelijk was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat vanwege het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) en bijkomende klachten een strengere urenbeperking noodzakelijk is. Zij bracht een expertiserapport van verzekeringsarts Wolff in, die aanvullende beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adviseerde, waaronder beperkingen voor avond- en nachtwerk.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit niet op een toereikende medische grondslag berust en volgt de bevindingen van Wolff. Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de FML aan te passen conform het rapport van Wolff, waarna een nieuwe arbeidskundige beoordeling zal plaatsvinden. Een verdere urenbeperking acht de Raad niet noodzakelijk.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 september 2021.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen door de FML aan te passen volgens het rapport van Wolff en een nieuwe arbeidskundige beoordeling te laten plaatsvinden.