ECLI:NL:CRVB:2021:2276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herbeoordeling WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft sinds 20 juli 1988 een WAO-uitkering ontvangen die per 1 januari 1989 door het UWV is ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Appellant heeft sindsdien meerdere verzoeken ingediend om terug te komen op dit besluit, maar het UWV handhaafde steeds het besluit wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
In januari 2019 verzocht appellant opnieuw om herbeoordeling, stellende volledig arbeidsongeschikt te zijn. Het UWV wees dit verzoek af omdat het geen nieuwe informatie bevatte. Ook het bezwaar werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel in mei 2020.
In hoger beroep stelt appellant dat hij nog steeds ernstig ziek is en volledig arbeidsongeschikt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een herziening rechtvaardigen. Ook is een Amber-beoordeling niet aan de orde omdat de aanvraag betrekking heeft op een periode vóór de inwerkingtreding van de Wet Amber.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.