Uitspraak
19 1321 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als voorman schoonmaakbedrijf en meldde zich ziek met klachten waaronder de Ziekte van Ménière. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat hij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en er geen aanwijzingen waren dat appellant meer beperkt was dan vastgesteld. Appellant herhaalde zijn bezwaren in hoger beroep, maar leverde geen nieuwe medische gegevens die dit onderbouwden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV, waarbij ook werd meegewogen dat de ziekmelding per 30 oktober 2018 verband hield met psychische klachten en niet met een verslechtering van de Ziekte van Ménière. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar was afgerond.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot vergoeding van schade af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 1 juli 2018 en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.