Uitspraak
20.1157 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 11 maart 2019 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam bij de politie, liep op 13 januari 2013 een dienstongeval op met een vastgestelde blijvende invaliditeit van 11%, waarvoor smartengeld werd toegekend. Later werd bij betrokkene PTSS erkend als beroepsziekte, met een maximale smartengelduitkering van €164.300,-. De korpschef bracht de eerder toegekende uitkering voor het dienstongeval in mindering op de PTSS-uitkering, wat de rechtbank aanvankelijk onterecht achtte.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de korpschef de aanvraag van betrokkene ten onrechte beoordeelde met toepassing van twee verschillende regelingen uit verschillende tijdvakken. Volgens de hoofdregel van bestuursrecht moet het recht gelden zoals dat geldt op het moment van de beslissing, hier de Rvbp uit 2018.
De Raad oordeelde dat de uitkering voor het dienstongeval ook een vergoeding voor immateriële schade betreft en dat het maximale smartengeldbedrag niet kan worden overschreden, ook niet bij meerdere oorzaken van invaliditeit. Daarom is verrekening van de eerdere uitkering met de PTSS-uitkering gerechtvaardigd.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De korpschef mocht de smartengelduitkering voor het dienstongeval in mindering brengen op de maximale uitkering voor PTSS.