Appellant, die lijdt aan een gehoorstoornis en een psychiatrische verzamelstoornis (hoarding), vroeg bijzondere bijstand aan voor het leegmaken, reinigen, opslaan en terugplaatsen van spullen in zijn woning om geluidsisolatie aan te brengen. Het college wees deze aanvraag af omdat de kosten volgens hen niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de kosten zich nog niet voordeden. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de rechtbank ten onrechte een andere grondslag hanteerde dan het college en dat het college de aanvraag onterecht heeft afgewezen. De Raad stelt vast dat de kosten zich wel voordoen en noodzakelijk zijn, en dat deze kosten niet tot het algemeen gangbare bestedingspatroon behoren vanwege de bijzondere omstandigheden.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het college het betaalde griffierecht vergoedt.