Uitspraak
19.3474 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
a. arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een WGA-uitkering;
b. arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een IVA-uitkering.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1991 arbeidsongeschikt en werkzaam bij de Veiligheidsregio Utrecht, werd per 1 juli 2018 eervol ontslagen wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Hij voerde aan dat zijn eerste ziektedag onjuist was vastgesteld en dat het dagelijks bestuur niet bevoegd was het ontslag te verlenen omdat geen WIA-claimbeoordeling had plaatsgevonden.
De Raad oordeelde dat appellant vanaf 22 april 2014 langdurig arbeidsongeschikt was en dat de werkzaamheden die hij verrichtte aangepaste re-integratiewerkzaamheden waren, niet zijn eigen functie. Verder stelde de Raad dat het ontbreken van een WIA-claimbeoordeling niet tot onbevoegdheid leidt omdat appellant een WAO-uitkering ontvangt en geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Ook was een deskundigenoordeel van UWV niet vereist omdat het ontslagbesluit binnen een jaar na het relevante UWV-besluit was genomen. De Raad verwierp het betoog dat de termijn van 24 maanden verlengd had moeten worden wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De Raad concludeerde dat het dagelijks bestuur in redelijkheid van zijn ontslagbevoegdheid gebruik heeft gemaakt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens volledige arbeidsongeschiktheid per 1 juli 2018 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.