Uitspraak
19.2439 NIOAW-PV
BESLISSING
- de nawettelijke uitkering komt naar aard en strekking overeen met een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en is daarom aan te merken als overig inkomen als bedoeld in artikel 2:4, aanhef en onder a, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AISZ) in samenhang gelezen met artikel 2:4, aanhef en sub o, van het AISZ. De nawettelijke uitkering moet daarom op grond van artikel 9, eerste lid, van de IOAW op de IOAW-uitkering in mindering worden gebracht;
- de beroepsgrond dat de gang van zaken in strijd is met de destijds met de gemeente Oldambt gemaakt afspraken, treft geen doel omdat van dergelijke afspraken geen bewijs is geleverd;
- tot slot kan ook de beroepsgrond dat appellante de nawettelijke uitkering heeft geaccepteerd vanuit de overtuiging dat de uitkering niet zou worden verrekend met de IOAW-uitkering, niet tot het oordeel leiden dat het college de nawettelijke uitkering niet in mindering mocht brengen op de IOAW-uitkering.