ECLI:NL:CRVB:2021:2092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na niet-verlenging tijdelijke aanstelling ambtenaar
Appellante was tijdelijk in dienst bij de gemeente en kreeg te horen dat haar aanstelling niet zou worden verlengd. Na diverse bestuursrechtelijke procedures werd vastgesteld dat het besluit tot niet-verlenging rechtmatig was. Appellante stelde het college aansprakelijk voor materiële en immateriële schade en vorderde een schadevergoeding van €250.000.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af omdat er geen sprake was van onrechtmatig handelen door het college en de schade onvoldoende aannemelijk was gemaakt. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het besluit tot niet-verlenging niet onrechtmatig was en dat ook de vermeende onzorgvuldigheden in de communicatie en begeleiding van appellante niet tot onrechtmatig handelen leidden. De verplichting van het college om appellante te stimuleren bij herstel en het vinden van werk was niet onjuist uitgevoerd. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.