ECLI:NL:CRVB:2021:2073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijzondere bijstand
Appellante ontvangt sinds 2008 bijstand en heeft rug-, gewrichts- en darmklachten. Het college verleende haar tijdelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen vanwege medische redenen en mantelzorg. Appellante vroeg volledige ontheffing wegens duurzame arbeidsongeschiktheid, maar het college en rechtbank wezen dit af op basis van medische rapportages en het ontbreken van recente verslechtering.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke ontheffing van zes maanden redelijk is, mede vanwege het belang van contact met appellante en revalidatie na knieoperaties. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar situatie nog niet definitief was, maar leverde geen nieuwe medische informatie.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de eerdere oordelen en bevestigt de uitspraken. Het college mag forfaitaire bedragen hanteren voor bijzondere bijstand, maar appellante kan aantonen dat deze niet toereikend zijn. De Raad acht de medische adviezen van de GGD betrouwbaar en ziet geen reden tot wijziging van de beslissingen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de tijdelijke ontheffing van arbeidsverplichtingen en wijst het hoger beroep af.