ECLI:NL:CRVB:2021:2067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verlenging diplomatermijn studiefinanciering wegens bijzondere omstandigheden
Appellante heeft studiefinanciering ontvangen voor diverse beroepsopleidingen, waaronder een opleiding tot doktersassistent die zij in april 2018 succesvol afrondde. Zij verzocht om verlenging van de diplomatermijn op grond van bijzondere omstandigheden, waaronder psychische problemen en zorg voor haar gezin.
De minister wees dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende bewijs over de periode na december 2010 had geleverd dat bijzondere omstandigheden aantoonde zoals vereist in de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). De rechtbank oordeelde dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om haar diploma te behalen en dat haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren om een onbillijkheid van overwegende aard aan te nemen.
In hoger beroep heeft appellante aanvullende medische informatie overgelegd, maar de medisch adviseur van de minister concludeerde dat deze gegevens geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere oordelen en bevestigde dat geen direct verband was aangetoond tussen de problemen van appellante en het niet tijdig afronden van haar studie.
De Raad concludeerde dat het verzoek tot verlenging van de diplomatermijn terecht was afgewezen en dat het hoger beroep moet worden verworpen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de diplomatermijn studiefinanciering is afgewezen en het hoger beroep is verworpen.