ECLI:NL:CRVB:2021:206
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot schadevergoeding buitenlandbijdrage jaren 2007-2011
In deze zaak stond centraal of de rechtbank terecht het verzoek tot vergoeding van schade had afgewezen die verband hield met de betaling van een buitenlandbijdrage over de jaren 2007 tot en met 2011. Verzoeker stelde dat hij ten onrechte deze bijdrage had betaald en daardoor schade had geleden van bijna vier miljoen euro.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat er onrechtmatige besluiten waren genomen over de betreffende jaren. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de buitenlandbijdrage onverschuldigd was betaald. De enkele stelling van verzoeker volstond niet om het gevorderde bedrag te rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek daartoe af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De mondelinge behandeling vond deels via videobellen plaats, waarbij verzoeker niet aanwezig was. CAK werd vertegenwoordigd door een advocaat. De uitspraak is gedaan op 20 januari 2021 door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schadevergoeding wegens onterechte betaling van buitenlandbijdrage.