ECLI:NL:CRVB:2021:196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat aanvraag bijzondere bijstand niet ten onrechte buiten behandeling is gesteld
Betrokkene heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van bewindvoering en griffierecht. Het dagelijks bestuur stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro, omdat volgens hen niet alle gevraagde gegevens over de spaarrekening waren verstrekt.
Betrokkene had echter een mutatieoverzicht overgelegd waaruit bleek dat het saldo van de spaarrekening gedurende de gevraagde periode nihil was en dat er geen transacties hadden plaatsgevonden. Nadere verklaringen van de Rabobank bevestigden dit inzicht.
De rechtbank vernietigde het besluit van het dagelijks bestuur en oordeelde dat de aanvraag inhoudelijk beoordeeld had moeten worden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het dagelijks bestuur niet bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen. Tevens veroordeelt de Raad het dagelijks bestuur in de proceskosten en legt griffierecht op.
Uitkomst: Het dagelijks bestuur mocht de aanvraag niet buiten behandeling stellen; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.