ECLI:NL:CRVB:2021:1954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-gemelde bijschrijvingen
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht wegens niet-gemelde bijschrijvingen van derden op haar en haar minderjarige kinderen hun bankrekeningen. Het college stelde dat deze bijschrijvingen als inkomen moeten worden beschouwd en herzag de bijstand over juni tot en met augustus 2017, met een terugvordering van €516,03.
Appellante voerde aan dat de bedragen klein waren, bedoeld voor kookingrediënten voor derden, giften of terugbetalingen van leningen, en dat zij niet wist dat melding verplicht was. De Raad oordeelde dat kleine bedragen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip en dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor haar stellingen. Ook was het haar redelijkerwijs duidelijk dat melding verplicht was.
Verder stelde appellante dat terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen zou hebben, maar de Raad vond dat zij geen dringende redenen aannemelijk had gemaakt. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening en terugvordering van bijstand worden bevestigd.