ECLI:NL:CRVB:2021:1805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijzondere bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 2010 bijstand en gaf aan dat zijn BV niet actief was. Na onderzoek bleek de BV wel actief te zijn en appellant verstrekte niet de gevraagde financiële gegevens van de BV. Het college trok de bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag in en vorderde kosten terug vanwege schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank vernietigde deels eerdere besluiten en gaf het college opdracht een nieuwe beslissing te nemen. Het college handhaafde de intrekking en terugvordering. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze besluiten in hoger beroep, omdat appellant ondanks gelegenheid de gevraagde gegevens niet heeft overgelegd.
De Raad oordeelde dat het recht op bijzondere bijstand niet kan worden vastgesteld zonder de BV-gegevens en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en kosten heeft teruggevorderd. Ook de verrekening van toegekende dwangsommen met terugvorderingen werd als redelijk beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en terugvordering van kosten.