ECLI:NL:CRVB:2021:1557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.J.A.M. van Brussel
- J.T.H. Zimmerman
- F.M. Rijnbeek
- Rechtspraak.nl
Toekenning IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid ondanks medicatiegeschil
Werknemer was sinds 2009 volledig arbeidsongeschikt en ontving een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling beëindigde het UWV in 2017 de WGA-uitkering wegens een geringe arbeidsongeschiktheid van 7,35%, maar handhaafde dit na bezwaar. Appellante stelde dat werknemer recht had op een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank wees het beroep af, stellende dat medicatie de belastbaarheid zou kunnen verbeteren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat deze inschatting onvoldoende gemotiveerd was en onvoldoende rekening hield met de chronische aard van de psychische aandoening en de specifieke situatie van werknemer.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende concrete en deugdelijke afweging had gemaakt omtrent de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid en de effectiviteit van medicamenteuze behandeling. Het ontbreken van overleg met de behandelend neuropsychiater en het ontbreken van inzicht in de behandeling en medicatiedosering maakten het oordeel van het UWV onvoldoende gemotiveerd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit van 2017, kent met terugwerkende kracht vanaf 6 juni 2017 een IVA-uitkering toe en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de kosten van appellante.
Uitkomst: Werknemer krijgt met ingang van 6 juni 2017 een IVA-uitkering wegens duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.