Uitspraak
19 3205 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving bijstand sinds 2009 en woonde in een portiekflat zonder lift. Vanwege knieklachten verbleef zij tijdelijk bij haar broer in een woning met lift. Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland stelde dat dit een crisisopvang betrof en handhaafde de bijstand niet zonder aanvullende gegevens.
Na herhaald verzoek om bewijsstukken over revalidatie, inschrijving bij woningcorporaties en salarisgegevens van de broer, schortte het college het recht op bijstand op en trok het deze per 2 juni 2018 definitief in wegens het niet aanleveren van de gevraagde gegevens. Appellante maakte geen bezwaar tegen de intrekking.
In hoger beroep stelde appellante dat de opschorting onterecht was en dat zij belang had bij een oordeel hierover. De Raad oordeelde echter dat het besluit tot intrekking vaststaat en dat een beoordeling van de opschorting geen feitelijke betekenis meer heeft. Hierdoor ontbrak het procesbelang en werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.