ECLI:NL:CRVB:2021:1451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning Indicatie banenafspraak ondanks arbeidsbeperking
Appellante ontving een uitkering op grond van de Participatiewet en werd door het UWV beoordeeld voor een Indicatie banenafspraak vanwege haar arbeidsbeperking door een depressieve stoornis en PTSS. De arbeidsdeskundige stelde vast dat zij arbeidsvermogen had, maar niet in staat was het wettelijk minimumloon te verdienen vanwege urenbeperking. Het UWV kende haar daarom de Indicatie banenafspraak toe.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het UWV voldoende had onderbouwd dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat verbetering mogelijk was door behandeling, ondanks een ongunstige kortetermijnprognose van de behandelend psycholoog. Appellante bracht in hoger beroep geen nieuwe medische stukken in die deze duurzaamheidsprognose ondermijnden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat appellante terecht als arbeidsbeperkte is geregistreerd en dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de Indicatie banenafspraak bevestigd.