Uitspraak
19 3941 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor fysiotherapie na een operatie aan haar rechterhand vanwege een peesontsteking. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet een toereikende voorliggende voorziening is en er geen zeer dringende redenen waren voor bijzondere bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep voerde appellante aan dat zonder fysiotherapie blijvend ernstig lichamelijk letsel of invaliditeit zou ontstaan. Zij onderbouwde dit met medische verklaringen van haar behandelend artsen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat hoewel de Zvw een passende voorziening is, er geen acute noodsituatie of zeer dringende redenen zijn zoals vereist in artikel 16, eerste lid, van de Participatiewet. De medische stukken toonden geen risico op levensbedreiging, blijvend ernstig letsel of invaliditeit door het uitblijven van fysiotherapie.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor fysiotherapie wordt afgewezen wegens het ontbreken van een acute noodsituatie of zeer dringende redenen.