ECLI:NL:CRVB:2021:1325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing duurzaam volledig arbeidsongeschikt verklaring WIA-uitkering
Appellante, werkzaam als montagemedewerkster, viel uit met lichamelijke en later psychische klachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid, maar niet duurzaam. Na een verzoek tot herbeoordeling wegens verslechtering van haar gezondheid, waarbij zij stelde volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn, handhaafde het UWV het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de verzekeringsarts een onderbouwde verwachting had dat verbetering mogelijk was met adequate behandeling. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er geen behandelopties waren vanwege taalbarrières en angststoornissen, maar dit werd niet onderbouwd met nieuwe medische stukken.
De Centrale Raad oordeelde dat de verzekeringsarts op de datum in geding een deugdelijke inschatting had gemaakt van de herstelkansen en dat latere ontwikkelingen, zoals het niet starten van een optionele behandeling, niet relevant zijn voor de beoordeling. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van het beroep en het besluit van het UWV.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit wordt bevestigd.