ECLI:NL:CRVB:2019:1642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering en voortzetting WGA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als montagemedewerker toen zij in januari 2014 ziek uitviel. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe per 31 december 2015, omdat zij volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt werd geacht. Bezwaar tegen deze beslissing en een latere herbeoordeling werden ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar psychische stoornis en sociale omstandigheden geen reële kans op verbetering bieden, en dat de behandeling vooral gericht is op stabilisatie. Het UWV stelt dat er wel degelijk mogelijkheden tot verbetering zijn en dat appellante de behandeling moet voortzetten.
De Raad oordeelt dat het UWV het beoordelingskader voor duurzaamheid van arbeidsbeperkingen juist heeft toegepast. De verzekeringsartsen hebben op basis van medische rapporten, waaronder die van psychiater Dogan, voldoende onderbouwd dat er een redelijke kans op verbetering van belastbaarheid bestaat. De behandeling was gericht op stabilisatie met het oog op een vervolgtherapie die verbetering kan brengen.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst de verzoeken om vergoeding van wettelijke rente af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De WGA-uitkering wordt ongewijzigd voortgezet en de IVA-uitkering terecht geweigerd wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.