ECLI:NL:CRVB:2021:1322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen uit dezelfde oorzaak
Appellant, voormalig warehouse operator, meldde zich in 2012 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV weigerde in 2014 een WIA-uitkering toe te kennen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een verzekeringsartsrapport en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) waarin geen psychische beperkingen waren opgenomen.
Na een melding in 2017 van verslechterde gezondheid stelde een verzekeringsarts vast dat de fysieke beperkingen niet waren toegenomen en dat psychische beperkingen een andere ziekteoorzaak vormden. Het UWV besloot daarom opnieuw geen WIA-uitkering toe te kennen per 1 juni 2016. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de psychische klachten niet uit dezelfde oorzaak voortkwamen als de eerdere fysieke klachten.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad vond de medische rapporten zorgvuldig en gemotiveerd en concludeerde dat de toegenomen klachten niet objectief medisch vast te stellen waren als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering per 1 juni 2016 wordt bevestigd.