ECLI:NL:CRVB:2021:1272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand, waarbij het dagelijks bestuur na een onderzoek concludeerde dat zij een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te hebben gemeld. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd. Appellanten maakten bezwaar en beroep tegen deze besluiten.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit wegens ontbrekende juridische grondslag en beval een nieuw besluit op bezwaar. Het dagelijks bestuur nam daarop een nieuw besluit waarbij het verzuim werd hersteld en de intrekking en herziening werden gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, ondanks een motiveringsgebrek dat met artikel 6:22 Awb Pro werd hersteld.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het nieuwe besluit een nieuw primair besluit was en dat zij geen volledige heroverweging kregen, en dat de verklaringen onder druk waren afgelegd. De Raad oordeelde dat het herstel van het verzuim bij het nieuwe besluit toegestaan was, dat de verklaringen betrouwbaar waren, en dat voldoende feitelijke grondslag bestond dat appellanten hun hoofdverblijf deelden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en herziening van de bijstand bevestigd.