ECLI:NL:CRVB:2021:1203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellant was laatstelijk werkzaam als schoonmaker en viel uit wegens hartklachten. Het UWV kende hem vanaf april 2015 een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze in 2016 na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, omdat hij geschikt werd geacht voor vier passende functies.
In februari 2018 meldde appellant zich opnieuw ziek met klachten als gevolg van een auto-ongeval. Het UWV weigerde toen opnieuw een Ziektewetuitkering toe te kennen, omdat een verzekeringsarts oordeelde dat appellant geschikt was voor de eerder geselecteerde functies, die geen verhoogd persoonlijk risico vormen bij lichte duizeligheid door medicatiegebruik.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd is uitgevoerd en dat appellant onvoldoende medische gegevens heeft overgelegd die het oordeel van het UWV ondergraven. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.