ECLI:NL:CRVB:2021:1197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft in 2015 een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV werd afgewezen na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Haar bezwaar tegen deze afwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
In november 2017 diende appellante een nieuwe aanvraag in en verzocht het UWV terug te komen op het eerdere besluit. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. Ook het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat de aangeleverde medische documenten geen nieuwe informatie bevatten die tot herziening konden leiden. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld en dat de afwijzing niet evident onredelijk was.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek tot herziening van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.