ECLI:NL:CRVB:2021:1192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning WIA-uitkering bij vermeende toename arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig keukenmedewerker, meldde zich ziek met neuralgische amyotrofie en vroeg om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde een uitkering toe te kennen omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Appellant stelde dat zijn beperkingen waren toegenomen sinds 1 april 2015 en maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen toename van beperkingen aantoonde. Appellant ging in hoger beroep en overwoog diverse medische rapporten en verklaringen van behandelaars, waaronder over oorsuizen en urologische klachten.
De Raad concludeerde dat de beperkingen niet significant waren toegenomen en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Hoewel het UWV pas in hoger beroep een deugdelijke motivering gaf, werd dit gebrek gepasseerd omdat het belang van appellant niet werd geschaad. Het bestreden besluit werd bevestigd en het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.