ECLI:NL:CRVB:2021:1150
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van hoger beroepen wegens onherroepelijke intrekking door appellanten
Appellanten hadden hoger beroepen ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam over persoonsgebonden budgetten (pgb’s) voor de jaren 2012 tot en met 2020. Tijdens de zitting van 5 augustus 2020 trokken zij deze beroepen namens hun advocaat zonder enig voorbehoud in. Na deze intrekking dienden appellanten verzoeken in om de intrekking ongedaan te maken en alsnog inhoudelijk te worden beoordeeld.
De Raad oordeelde dat de intrekking rechtsgeldig was verricht door de advocaat en dat er geen sprake was van wilsgebreken of dwaling bij appellanten. De inhoudelijke verschillen over de beslissingen van 18 december 2020 kunnen in lopende procedures worden behandeld.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep de hoger beroepen niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door J.P.A. Boersma op 19 mei 2021.
Uitkomst: De hoger beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking die niet ongedaan kan worden gemaakt.