ECLI:NL:CRVB:2021:1117
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-procedure
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen, waarna het hoger beroep is ingetrokken.
De Raad heeft vervolgens alleen nog moeten beslissen over de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep, alsmede over de vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten, inclusief reiskosten, en wijst appellante erop dat het griffierecht rechtstreeks bij het UWV kan worden gevorderd.
Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn stelt de Raad vast dat de totale procedure ruim vijf jaar heeft geduurd, terwijl de redelijke termijn in soortgelijke zaken maximaal vier jaar bedraagt. De overschrijding in de rechterlijke fase leidt tot een immateriële schadevergoeding van €1.500,- aan appellante, die door de Staat wordt betaald. Daarnaast worden de proceskosten van appellante voor het verzoek om schadevergoeding door de Staat vergoed.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en de Staat tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.