ECLI:NL:CRVB:2021:1098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante was sinds juli 2017 werkzaam bij een reisorganisatie en meldde zich in augustus 2017 ziek na een auto-ongeval. Zij ontving een Ziektewetuitkering, die het UWV in februari 2019 beëindigde omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
In bezwaar en beroep werden aanvullende beperkingen vastgesteld vanwege PTSS, maar een urenbeperking werd niet geïndiceerd. De arbeidsdeskundige paste de functieselectie hierop aan, zonder dat de mate van arbeidsongeschiktheid veranderde. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat de verzekeringsartsen onpartijdig zouden zijn. De Raad volgde dit niet, omdat appellante geen objectieve gegevens aanleverde ter onderbouwing. Ook was appellante voldoende in staat haar standpunt met medische gegevens te onderbouwen. De Raad onderschreef het oordeel dat de belastbaarheid niet werd overschreden en wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.