ECLI:NL:CRVB:2020:860
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsvermogen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 18 maart 2019 waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een Wajong-uitkering. De Centrale Raad van Beroep verwijst naar eerdere uitspraken en concludeert dat appellante weliswaar niet over arbeidsvermogen beschikt, maar dat er geen sprake is van een duurzaam ontbreken daarvan.
Uit de medische rapporten van verzekeringsartsen blijkt dat appellante vanaf september 2015 geen arbeidsvermogen had, maar dat deze situatie niet duurzaam is volgens de wettelijke criteria. Het UWV heeft het beroep ongegrond verklaard omdat de toegang tot de Wajong 2010 per 1 januari 2015 is afgesloten en de aanvraag na die datum is gedaan.
De Raad bevestigt dat de rechtbank het beroep van appellante eerder ongegrond heeft verklaard en dat appellante geen rechtsmiddelen heeft aangewend tegen die uitspraak. De rapporten waarop appellante zich beroept zijn reeds beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellante heeft geen recht op een Wajong-uitkering.