Uitspraak
18-491 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, behoudens voor zover de rechtbank opdracht heeft gegeven aan de Svb tot het nemen van een nieuw besluit;
- laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene verzocht om een ouderdomspensioen vanaf haar 65ste verjaardag, maar de Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat zij haar AOW-leeftijd nog niet had bereikt. Betrokkene stelde dat zij financieel niet kon overbruggen en daardoor een onevenredig zware last droeg. De rechtbank vernietigde het besluit van de Svb vanwege onvoldoende individueel feitenonderzoek naar deze last.
In hoger beroep voerde de Svb aan dat de rechtbank terecht oordeelde dat alleen toetsing aan de Tijdelijke regeling overbruggingsuitkering AOW (OBR) onvoldoende is, maar dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een onevenredig zware last aannemelijk maakten. Betrokkene stelde dat zij geen inkomen had en schulden had gemaakt door de verhoging van de AOW-leeftijd.
De Raad overwoog dat de verhoging van de AOW-leeftijd een inmenging in het eigendomsrecht vormt, maar in het algemeen proportioneel is. Een onevenredig zware last moet individueel worden onderzocht. De Svb had in hoger beroep alsnog een zorgvuldige beoordeling gedaan en concludeerde dat er geen schrijnende situatie was. Betrokkene had haar financiële situatie niet inzichtelijk gemaakt, en het bezit van een woning met een hoge waarde speelde mee.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand omdat de Svb in hoger beroep alsnog een deugdelijke beoordeling had verricht. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat er geen onevenredig zware last is en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.