Uitspraak
24 januari 2017, 16/1386 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Tijdens de procedure heeft het UWV op 10 januari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in bezwaren kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Omdat de rechtbank in eerste aanleg al een proceskostenveroordeling had uitgesproken, gaat het in hoger beroep alleen om de kosten die appellante heeft gemaakt voor de behandeling van het hoger beroep. De Raad begroot deze kosten op € 1.312,50 en veroordeelt het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellante.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.312,50 aan proceskosten aan appellante.