ECLI:NL:CRVB:2020:655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek militair invaliditeitspensioen na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellanten, de erfgenamen van betrokkene, verzochten om toekenning van een militair invaliditeitspensioen (MIP). Betrokkene diende het verzoek in in 2011, waarna een verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd uitgevoerd door arts Koperberg. Deze concludeerde dat de psychische aandoening (PTSS) van betrokkene niet leidde tot een invaliditeit van ten minste 10% die verband hield met de militaire dienst.
De staatssecretaris wees het verzoek af op grond van dit oordeel. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, met name dat de beoordelingslijst niet was ingevuld en dat het onderzoek plaatsvond op een slechte dag voor betrokkene. Na het overlijden van betrokkene werden de bezwaren voortgezet door de erfgenamen.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief een huisbezoek op een met de dochter afgesproken moment, het betrekken van heteroanamnese en medische informatie van behandelend artsen. De bevindingen waren consistent en inzichtelijk. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2020.
Uitkomst: De aanvraag voor een militair invaliditeitspensioen is afgewezen wegens onvoldoende mate van invaliditeit.