ECLI:NL:CRVB:2020:647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van duurzaam geen arbeidsvermogen. Het UWV wees dit af na medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellant weliswaar beperkingen heeft, maar dat deze niet duurzaam zijn. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, mede omdat appellant openstaat voor therapie.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het ontbreken van basale werknemersvaardigheden wel duurzaam is en dat nader deskundigenonderzoek nodig was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en overtuigend was. De Raad onderschreef het oordeel dat appellant trainbaar is en dat verbetering van zijn functionele mogelijkheden mogelijk is.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 maart 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.