ECLI:NL:CRVB:2020:58
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen en afwijzing schadevergoeding
Werknemer was werkzaam als [naam functie] voor gemiddeld 59,06 uur per week en viel uit wegens een hersenbloeding. Na een re-integratietraject bij een ander bedrijf met dezelfde eigenaar, waarin werknemer fulltime als agrarisch medewerker werkte, stelde het UWV dat de re-integratie onvoldoende was omdat de loonwaarde niet ten minste 65% van het oude loon bedroeg.
Appellante kreeg een loonsanctie opgelegd omdat zij geen adequate tweede spoor re-integratie had ingezet om de verdiencapaciteit van werknemer te vergroten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, waarbij het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn.
De Raad oordeelt dat appellante zich te beperkt heeft gericht op de functie van agrarisch medewerker en onvoldoende inspanningen heeft verricht om een functie met een hogere loonwaarde te vinden. Ook de ingebrachte medische adviezen en latere rapporten veranderen dit oordeel niet. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.